Brandstoffen energieopwekking

In deze tabel staan CO2-emissiefactoren van brandstoffen die gebruikt worden in energiecentrales of gebouwgebonden installaties, voor de opwekking van elektriciteit en/of warmte. Hier wordt onderscheid gemaakt in:

  • Een factor die betrekking heeft op de CO2-emissies door het gebruik van energiedragers in een energiecentrale (oftewel de productie van de energie in de vorm van elektriciteit en/of warmte).
  • Een factor die betrekking heeft op de productie van de energiedrager (de conversie van energiebron naar energiedragers die ingezet worden in energiecentrales).
  • De optelsom van de emissies in beide ketenonderdelen.

Brandstoffen voertuigen

In deze tabel staan CO2-emissiefactoren van brandstoffen die worden gebruikt voor vervoer. De factoren hebben betrekking op:

  • Het gebruik van de energiedrager. In het geval van vervoer worden deze ook wel tank-to-wheel emissies genoemd). Het gaat hier dus om de productie van arbeid (bijvoorbeeld de omzetting van elektriciteit in beweging).
  • De productie van de energiedrager. (in het geval van vervoer worden deze ook wel de well-to-tank emissies genoemd. Het gaat hier om de processen bij de conversie van energiebron naar energiedrager)
  • De optelsom van beide ketenonderdelen; het gebruik van energie + de gelieerde voorketen (well-to-wheel emissies).

Het is afhankelijk van het doel van de CO2-inventaris of men alleen de tank-to-wheel emissiefactor hanteert of de well-to-wheel emissiefactor. In het laatste geval is het transparant om de twee onderdelen van de factor beiden te noemen.

Warmtelevering

In onderstaande tabel staan CO2-emissiefactoren voor geleverde warmte. Het betreft warmte die wordt opgewekt door derden en getransporteerd middels een warmtenet. De emissiefactor is gegeven per bron en opgesplitst in:

  • Directe CO2-emissies bij de productie van de warmte (directe emissies oftewel TTW). Hierbij horen ook de emissies van benodigde bijstook met aardgas (wanneer er op piekmomenten niet voldoende hernieuwbare energie, biogeen afval of fossiele restwarmte beschikbaar is).
  • Indirecte CO2-emissies bij de productie van de energiedragers, het transport van de warmte door het net én een verrekening van de elektrische energie die verloren gaat door het aftappen van de warmte bij een STEG of AVI (indirecte emissies oftewel WTT).
  • De optelsom van de emissies in beide ketenonderdelen (totaal oftewel WTW).

De emissiefactor van warmte is sterk afhankelijk van de bron.
Het is wetenschappelijk niet haalbaar gebleken om een gemiddelde factor door te rekenen en te publiceren. Voor het berekenen van uw footprint dient u derhalve eerst contact op te nemen met uw leverancier om uit te zoeken uit welke bron uw warmte komt. Is de bron van uw warmte onbekend en niet te achterhalen, dan kan de emissiefactor voor STEG gekozen worden.

Bronnen van warmte:
De meeste warmte die via een warmtenet geleverd wordt, is afkomstig van STEG-centrales of kleinschalige WKK-installaties. Deze centrales en WKK-installaties maken gebruik van aardgas en onttrekken met behulp van warmtekrachtkoppeling (WKK) warmte aan de elektriciteitsproductie. Helaas daalt hierdoor het rendement van de elektriciteitsopwekking, maar toch wordt zo efficiënter omgegaan met fossiele brandstof.
Er is ook warmte waarbij niet direct fossiele brandstoffen ingezet worden. Hierbij kan het gaan om aardwarmte (geothermie), warmte uit de verbranding van biomassa (met name houtbrandstof en biogeen afval) of warmte die vrijkomt bij afvalverbranding (AVI) of restwarmte uit industriële processen. Ook deze soorten warmte veroorzaken CO2-uitstoot.

Elektriciteit

In onderstaande tabel staan CO2-emissiefactoren van het gebruik van elektriciteit uit specifieke energiebronnen. Elektriciteitsgebruik veroorzaakt geen directe emissies. De factoren die genoemd staan betreffen:

  • De CO2-emissies bij de productie van de elektricteit
  • De CO2-emissies bij de productie van de energiedragers die de elektricteitscentrale gebruikt
  • De optelsom van de emissies in beide ketenonderdelen (totaal)

De emissiefactor van elektricteit is sterk afhankelijk van de bron. Zoek voor het berekenen van uw footprint uit welke soort elektricteit u gebruikt.

Heeft u grijze stroom, kijk dan op uw energiefactuur naar de elektricteitsmix die uw leverancier aanbiedt. Op basis hiervan kan u uw emissiefactor zelf bereken door het gewogen gemiddelde te nemen van de emissiefactoren op basis van de aangeboden mix.
Het is nauwkeuriger om de CO2-emissiefactor te gebruiken die de leverancier van grijze stroom rapporteert op de elektriciteitsfactuur. Let op: De CO2-emissiefactor op de factuur is exclusief de emissies in de voorketen (De voorketen bestaat uit het produceren, inzamelen, voorbehandelen en vervoeren van de brandstof voor de centrale). Voor grijze stroom in België is dit gemiddeld zo’n 38 gram CO2/kWh.

Heeft u groene stroom, kijk dan op uw energiefactuur naar de elektriciteitsmix die uw leverancier aanbiedt. Op basis hiervan kan u uw emissiefactor zelf bereken door het gewogen gemiddelde te nemen van de emissiefactoren op basis van de aangeboden mix. Indien deze mix onbekend is, maar wel van Belgische oorsprong, rekent u met de CO2-emissiefactor onbekende groene stroom. Indien deze van een andere oorsprong is, rekent u met de onbekende grijze stroomfactor.

Bij verbruik van elektriciteit van op het net, treden er ook steeds verliezen op tijdens het transport op het net. Er zal dus meer elektriciteit moeten worden geproduceerd dan er werkelijk wordt verbruikt vanwege deze verliezen. Dit is gemiddeld zo een 8,9% van het totale verbruik en moet ook in rekening worden gebracht bij het berekenen van uw footprint.

Is de bron van uw stroom onbekend en niet te achterhalen, bijvoorbeeld als deze door een derde wordt ingekocht, dan kan de emissiefactor voor onbekende grijze stroom gekozen worden. Gebruik van deze factor dient echter zoveel mogelijk vermeden te worden.

Koudemiddelen

In deze tabel staan enkele chemische stoffen en mengsels die o.a. als koelmiddel gebruikt worden en waarvan bekend is dat ze bijdragen aan het broeikaseffect als ze in het milieu terecht komen. De stoffen kunnen zich in gasvorm ophopen in deze atmosfeer en de warmte van inkomende zonnestraling een tijd lang vasthouden. De bijdrage aan het broeikaseffect wordt in de tabel uitgedrukt in CO2-equivalenten (CO2e).

Goederenvervoer

De totale uitstoot van broeikasgassen wordt bij voorkeur berekend door de gebruikte hoeveelheid brandstof(fen) en/of elektricteit (in eenheden als liter, kg of kWh) van de gebruikte vervoersopties te vermenigvuldigen met de factoren uit de desbetreffende categorie (brandstoffen voertuigen, elektriciteit). Deze berekeningen zijn het meest exact, omdat deze gebaseerd zijn op het daadwerkelijke brandstofverbruik. Als er geen gegevens m.b.t. het brandstofverbruik voorhanden zijn, kan de uitstoot geschat worden met behulp van de factoren uit onderstaande categorie goederenvervoer.

De uitstoot van broeikasgassen door goederenvervoer kunt u berekenen door het aantal tonkilometers te vermenigvuldigen met de emissiefactor van het betreffende vervoersmiddel. Een tonkilometer is 1 ton goederen dat 1 km in een bepaald transportmiddel aflegt.

De onderstaande emissies per tonkilometer zijn berekend middels een schatting van de gemiddelde belading van het type vrachtvoer (modaliteit), een gemiddelde (weg) situatie en het gemiddelde percentage productieve kilometers cq. leegrijden van de bepaalde modaliteit. De cijfers gaan uit van de werkelijke afstand met het vervoermiddel (niet op basis van vogelvlucht afstanden). Voor- en natransport is niet meegenomen in de emissiecijfers. Er wordt tevens onderscheid gemaakt tussen bulk- en stukgoederen aan de ene kant en containervervoer aan de andere kant, omdat de beladingsgraad en het aantal productieve kilometers tussen beide soorten vervoer sterk kan verschillen. In het bulk- en stukgoederenvervoer gaat het over het algemeen om los gestorte goederen (bulk) en goederen die direct of in een vrachtwagen geladen worden (grote constructies, pallet en pakketvervoer), waarbij het laadvermogen veelal bepaalt hoeveel goederen geladen kunnen worden. In het containdervervoer vormt het laadvolume de bepalende factor. Het gemiddelde gewicht van een volle 20 voetscontainer (1TEU) is 10,5 ton. Nb. de lijst gaat zovel mogelijk uit van gemiddelde waarden om de hanteerbaarheid te vergroten. Voor meer exacte (bijv. zogenaamde modal shift-) berekeningen verwijzen we naar het brondocument.

Personenvervoer

De totale uitstoot van broeikasgassen wordt berekend door de gebruikte hoeveelheid brandstof(fen) en/of elektriciteit (in eenheden als liter, kg of kWh) van al de gebruikte vervoersopties te vermenigvuldigen met de factoren uit de desbetreffende categorie (brandstoffen voertuigen, elektriciteit). Deze berekeningen zijn het meest exact, omdat het reële waarden zijn: het brandstof- en/of elektriciteitsverbruik van voertuigen zoals die gemeten zijn in de praktijk.

Als er geen gegevens m.b.t. het energiegebruik voorhanden zijn kan de uitstoot geschat worden met behulp van onderstaande factoren uit de categorie personenvervoer.

De uitstoot broeikasgassen door personenvervoer wordt berekend door het aantal reizigerskilometers te vermenigvuldigen met de emissiefactoren uit de categorie personenvervoer. Een reizigerskilometer is een eenheid voor de afstand die een individuele reiziger met een bepaald vervoermiddel aflegt. Bij personenauto's moet dus elke individuele reisafstand vermenigvuldigd worden met de factor uit de categorie personenvervoer en vervolgens gedeeld door het aantal inzittenden.

Bronnen